Dementievriendelijk Brabant – deel 1: levensbrede aanpak

Wies Arts, programmamanager Dementievriendelijk Brabant, brengt mensen en netwerken bij elkaar met als doel: een samenleving waarin mensen met dementie gewoon mee kunnen blijven doen. ‘Hiervoor ontwikkelen we met lokale spelers nieuwe concepten en initiatieven. Creativiteit en innovatie zijn sleutelbegrippen in ons werk.’ Dementiezorg voor Elkaar zocht haar op in Tilburg. Deel 1 van een tweeluik: levensbrede aanpak .

Wies Arts Dementievriendelijk Brabant
Wies Arts

Wies Arts is werkt als programmamanager en procesbegeleider bij stichting ZET in Tilburg. Bevlogen als ze is, vertelt Wies honderduit over het programma Dementievriendelijk Brabant, de gemeenten en dementievriendelijke gemeenschappen die participeren. ‘Als programmamanager breng ik mensen en netwerken bij elkaar, stimuleer ik gemeenten en andere partijen en werk met mijn team aan een samenleving waarin mensen met geheugenproblemen en dementie gewoon mee kunnen blijven doen.’

Snijvlak van zorg en welzijn

Dementievriendelijk Brabant ontwikkelt voor dit doel nieuwe concepten en start projecten en initiatieven op het snijvlak van zorg en welzijn. Wies: ‘Dat doen we niet alleen, maar met een veelheid aan partijen, van gemeenten en ondernemers tot vrijwilligers en maatschappelijke organisaties. Creativiteit en innovatie zijn sleutelbegrippen in ons werk.’

Social designers

‘Als netwerkpartner zitten we vaker aan tafel. We werken op basis van vertrouwen en gunnen elkaar dingen.’

Stichting ZET werkt met een team van specialisten aan inclusie, participatie en sociale innovatie. Wies legt uit: ‘Wij stimuleren het lokale samenspel tussen bedrijven, burgerinitiatieven,  maatschappelijke organisaties en de gemeente. We begeleiden het proces van co-creatie en cross-overs. Hoe stem je met elkaar af? Hoe zorg je dat de burger een rol krijgt? Wij hebben bouwkundigen, social designers en bestuurskundigen in dienst.’

Vraagverlegenheid en aanbodschaamte

‘De overheid maakt een beweging van resultaatgericht naar waardengericht werken. Niet langer vanuit de overheid naar de samenleving kijken, maar andersom. Dat betekent dat je als netwerkpartner vaker aan tafel zit. Elkaar dingen gunnen. Werken op basis van vertrouwen, responsief zijn. Dus niet een opdracht geven en geld verstrekken, maar veel meer netwerken. We zijn van een verzorgingsstaat naar een participatiesamenleving gegaan. Maar we hebben inwoners onvoldoende toegerust om te participeren. Er is veel vraagverlegenheid en aanbodschaamte. We gaan het gesprek aan, als we weerstand zien.’

Dementie: een levensbreed vraagstuk

Wies is bij ZET al geruime tijd betrokken bij het onderwerp dementie. ‘In Brabant hebben we al heel veel gedaan op dit gebied, samen met de Programmaraad Zorgvernieuwing Psychogeriatrie (PGraad). De PGraad is ontstaan vanuit de behoefte aan meer steun voor mantelzorgers van mensen met dementie. Bij mantelzorgondersteuning spelen vaak meer zaken: zorg, gemeente, werkgever, welzijn. Het zijn levensbrede vraagstukken, over alle domeinen heen. De PGraad is een divers netwerk: gemeenten, woningcoöperatie, ondernemers, afdelingen van Alzheimer Nederland, zorgorganisaties, de Brabantse KBO en diverse kennisinstellingen.

Lokaal dementiebeleid vergelijken

De PGraad en Zet richten zich op het ondersteunen van mensen met dementie en hun omgeving. De PGraad verzamelt en verspreidt kennis over nieuwe ontwikkelingen en doet onderzoek naar vraagstukken als langer thuis wonen. Eén van de speerpunten is het programma ‘Dementievriendelijk Brabant 2018-2020’. Met een meetinstrument, de ‘dementieproofmeter’ werd het dementiebeleid van diverse gemeenten in kaart gebracht. Hierover lees je meer in de publicatie ‘Dementieproofmeter 2015 – Inventarisatie van Brabants gemeentelijk dementiebeleid’ (pdf)

Dementievriendelijke gemeenschappen

‘Iedere buurt of wijk werkt op zijn eigen manier aan een dementievriendelijke gemeenschap. Wij weten niet wat het meest passend is, júllie weten dat wel, zeg ik dan.’

De insteek van ‘Dementievriendelijk Brabant 2018-2020’ is leren van en met elkaar, zowel lokaal als regionaal. De lokale dementievriendelijke gemeenschap vormt de basis. Daar wonen immers de mensen met dementie. ZET en de PGraad zijn 7 jaar geleden begonnen met de dementievriendelijke samenleving. Maar wat is dementievriendelijk? Wies: ‘Het is een containerbegrip. Als je een training hebt gedaan, ben je je ervan bewust. Dan moet je doorpakken. Het vraagt om bewustwording en actie. Het is belangrijk om klein te beginnen, samen met lokale partners en te doen waar behoefte aan is. Iedere wijk of buurt doet dat op z’n eigen manier. Wij weten niet wat het meest passend is, júllie weten dat wel, zeg ik dan.’

Dementie op de kaart

In samenwerking met ‘Expertisecentrum Dementie’ (ECD) uit Vlaanderen begon Dementievriendelijk Brabant met vier gemeenten uit Brabant en vier gemeenten uit Vlaanderen. Wies: ‘We wisselden uit wat er goed ging, waar we tegenaan liepen en welke thema’s er speelden. Ook keken we naar het buitenland: wat gebeurt er in Engeland, België en Japan?’ Na vier jaar hadden zich 25 Brabantse gemeenten aangesloten bij de beweging. Bij de slotbijeenkomst zei de toenmalige gedeputeerde van Brabant: ‘Als dit zó leeft, wil ik dat alle Brabantse gemeenten hierbij aansluiten.’ Er is toen een meerjarenprogramma van gemaakt, dat loopt tot 2020.

Wat kun jij doen?

Volgens Wies was er bij iedere gemeente voldoende animo om aan de slag gaan. ‘Er was altijd wel een inwoner, raadslid of professional die betrokken was bij dit onderwerp. Het gevoel voor urgentie werd gedeeld. Dementievriendelijkheid begint altijd lokaal, je zoekt lokaal de energie op. De vraag is: wat kun jij doen? Op de website dementievriendelijk.nl vind je hiervoor allerlei voorbeelden. Lokale partners kunnen een eigen actieprogramma maken aan de hand van de 10 doelstellingen van een demementievriendelijke gemeenschap.  

Wat heeft iemand nodig?

Het besef groeit dat de vragen en behoeften van inwoners leidend moeten zijn. Wat heeft iemand nodig? De persoon met dementie schaamt zich soms en trekt zich als gevolg daarvan terug uit het maatschappelijk leven. Voor deze mensen is zorg is niet de enige oplossing. ‘We moeten breder kijken,’ vindt Wies. ‘Kan de buurvrouw niet eens binnen lopen? Wie kan de vuilnis buiten zetten? Wie kan meneer naar de bridgeclub brengen? Om daar te komen is het belangrijk om over de grenzen van je eigen organisatie heen te kijken en het gesprek aan te gaan. Soms voelt de gemeente zich verantwoordelijk en gaat vanuit die rol taken verdelen. Maar ook het tegenovergestelde komt voor. “Het is niet onze verantwoordelijkheid,” zegt een gemeente soms. In beide gevallen gaat iets mis. Het gaat om de dialoog, gelijkwaardigheid,  van elkaar leren. Het is een gezamenlijke aanpak en een gedeelde verantwoordelijkheid.’

Meer informatie