Blog: in gesprek met casemanagers dementie

In de zomer kwam casemanagers uit verschillende plaatsen in het land naar Utrecht voor een focusgroep. Even een moment om stil te staan bij het werk en met elkaar na te denken over waar je je nou dagelijks voor inzet. Wat wil je bereiken met je werk? Hoe doen anderen dat? Waar loop je als casemanager tegen aan? Wat gaat juist heel goed? Hoe leer je nieuwe dingen? DvE-adviseur Jennifer van den Broeke ging samen met Hans Alderliesten in gesprek met de casemanagers. In een blog blikt Jennifer terug op  de bijeenkomst. 

Jennifer van den Broeke PharosIn een ontspannen sfeer gingen we met elkaar in gesprek. Het viel iedereen al snel op hoe verschillend de omstandigheden zijn waarin iedereen werkt. Twee casemanagers vervullen een dubbelfunctie. De één combineert het met werk als wijkverpleegkundige. De ander als zorgconsulent. Bij de een is een breed multidisciplinair overleg, inclusief de wijkagent, heel gewoon. Bij de ander is het juist zaak flink in te zetten op relatiebeheer met alle verschillende professionals. De een kan zonder problemen zelf de indicatie schrijven voor de Wmo (Dan voel je je als casemanager serieus genomen’). Bij de ander is de Wmo juist soms lastig. Ook de caseload varieert sterk.

Plezier hebben

“Het viel al snel op hoe verschillend de omstandigheden zijn waarin iedereen werkt.”

Eén grote overeenkomst was er ook duidelijk: iedereen heeft plezier in het werk. Ze vertellen hoe ze het verschil kunnen maken. Willen weten wie de mens is achter de diagnose omdat kwaliteit van leven zo belangrijk is. Het familiegesprek toepassen. Kennis hebben van advance care planning (nog uit de verpleeghuissetting). Op een menswaardige wijze cliënt en familie ondersteunen bij zo’n ernstige ziekte. Aansluiten bij de leefwereld van de patiënt en diens mantelzorger (Als ik bij een gezin kom waar ze plat Amsterdams praten, dan praat ik ook plat Amsterdams’).

Redenen om mee te doen

De deelnemers aan de focusgroep deden mee omdat ze hun werk graag naar heen hoger niveau tillen. Rouwverwerking verbeteren met communicatieve vaardigheden. Omgaan met onmacht; de onmachtscompetentie. Een professionaliseringsslag maken. Leren van elkaar. Er werden ter plekke tips uitgewisseld (‘Noem jezelf ‘zorgbegeleider ouderen’, dat is minder bedreigend’). En de wens werd uitgesproken voor meer deskundigheidsbevordering vanuit de keten. Deze ochtend is goed bevallen en smaakt naar meer.

Dementiezorg aan migranten

Jennifer van den Broeke is adviseur Ouderen en Gezondheid bij Pharos en tevens adviseur voor Dementiezorg voor Elkaar. Over haar werk zegt ze: ‘Ik wil eraan bijdragen dat professionals fijn kunnen werken. Werkplezier is in mijn ogen een belangrijk onderdeel van goede dementiezorg geven. Ik zet mij er extra voor in dat professionals ook met plezier dementiezorg geven aan migranten. Migranten uit Turkije, Marokko en Suriname vormen een relatief nieuwe patiëntengroep, omdat zij nu en de komende jaren de leeftijd bereiken waarop ze dementie kunnen krijgen. In 2030 zal ongeveer 1 op de 3 ouderen in Rotterdam, Amsterdam, Den Haag en Utrecht migrant zijn.’ Lees ook haar blog ‘Klem in de culturele mix’.

Lees meer over casemanagement dementie